Fatou & Sarah

We zijn hoopvol op weg richting Kerst. Rob moet in deze tijd denken aan baby Sarah en haar moeder, die wanhoop in hoop zagen veranderen toen ze veilig in Europa aankwamen. Maar ook aan Fatou. Haar hoopvolle reis eindigde in wanhoop op de Middellandse Zee. 

Wanhoop

Armen wijd uitgestoken. Starend in de diepte. Een snorkelende badgast, op zoek naar gekleurde visjes tussen de rotsen.
Het grauwe water had haar shirt en broek opgestroopt. Een stuk rug. Een bil. Ik wilde haar voorzichtig wakker te maken en haar fluistend wijzen op hoe ze erbij lag. Zoals je een snurkende medereiziger in de trein voorzichtig wekt: ‘Meneer, meneer, dit is het eindstation’.
In haar dromen is zij op weg naar Parijs. Werken in het sieradenwinkeltje van haar zus. Haar eindbestemming werd een volgelopen rubberboot, tweeduizend kilometer ten zuiden van Parijs. Deinend op de trage golven van de Middellandse Zee.
Fatou (25) uit Ivoorkust stierf die oktobernacht in een mengel van zeewater, benzine en urine.
Er verdronk die nacht niet alleen een jonge vrouw. Maar ook een dochter, een zus, een klasgenootje van vroeger, een buurvrouw. En een door God bemind mens.

Hoop

We liggen kop-aan-kont te dansen op de golven: de grijze rubberboot en onze maar-half-zo-grote reddingsboot. Onder ons tien domtorens water.
Het pakketje zweeft langzaam op een zee van uitgestrekte armen. ‘Watch out‘ ‘Be gentle’. Met elke golf komt het dichter naar ons toe. Het buitelt, verdwijnt plots uit het zicht om daarna weer helder af te steken boven de mensenmassa in de boot.
‘Eikels’ denk ik. ‘Eikels zijn het, die mensen die tijdens een redding als eerste denken aan hun bagage.’
Het pakketje bereikt het einde van de boot. Een laatste paar donkere handen reikt het me aan. Even hangt het boven het donkerblauw dat onze boten van elkaar scheidt. Dan heb ik het in m’n armen.
Bijna had ik het naast me in zee gegooid. In een reflex kijk ik omlaag. Dan komt de wereld piepend en krakend tot stilstand.
Temidden van het gebrul van de motoren, het schreeuwen van de massa en het gieren van de wind, kijk ik in het vredig slapend kopje van een heel klein meisje.
Sarah heet ze. Vier dagen oud. Ook haar moeder overleeft.

Deze blog verscheen eerder op: https://lazarus.nl/